De verhullende hardheid van poëzie en de oerkracht van  graffiti. Amsterdammer Laser 3.14 spreekt met verf en de hoofdstad is zijn canvas. Een dialoog over vergankelijkheid, passie en eerzucht.

Het begin? Laser 3.14: “In de jaren ’80 kwam de graffiti op in de Verenigde Staten en Nederland volgde snel. Ik zat met mijn moeder in de Amsterdamse metro en als jongetje van elf jaar was ik gefascineerd door de tags langs het spoor. Tegelijkertijd kreeg Hip Hop meer bekendheid. Vooral de beeldende teksten spraken me daarvan erg aan. Eenmaal begonnen met taggen, viel voor mij alles op zijn plaats. Na enkele jaren waren er echter ook momenten zonder motivatie, waarin het taggen begon te vervelen. Voor mezelf had ik niets meer te bewijzen. Daarna heb ik zo’n zeven jaar niets met graffiti gedaan en ben ik overgestapt naar het tekenen van comics.”

Poëzie en taggen? “Die combinatie was niet vanzelfsprekend. Op een bepaald moment was ik meer geïnteresseerd in het onderschrift dan in het kunstwerk zelf. Vaak waren deze boodschappen sterker dan het visuele gedeelte van een piece of kunstwerk. Dit wilde ik zelf ook doen. Met een vel papier met eigen teksten ben ik naar buiten gegaan en ik heb mijn eerste tags met oneliners gezet. De gedachte achter de ongewone combinatie van poëzie en graffiti sprak me aan, al was de uitwerking in het begin erg crappy.

Wat mijn huidige werk vooral kenmerkt, is de ondergrond waarop de tags worden gezet. Dat zijn veelal bouwschuttingen en tijdelijke afschermingen. De vergankelijkheid en de tijdelijkheid versterken  de boodschap die ik de toeschouwer mee wil geven. Wat er vandaag is, kan er morgen niet meer zijn. Gelukkig zijn er in Amsterdam voldoende plekken om mijn creativiteit de vrije loop te laten. Met doorzettingsvermogen en door terug te gaan naar de basis van taggen, doorbreek je  tijdelijke creatieve impasses, die iedere kunstenaar kent. Op andere momenten surf je mee op een golf van creativiteit. Zo ontwikkel je jezelf als schrijver. Ik zit nu ongeveer acht jaar in een productieve flow.”

The style or the message? “Uiteindelijk draait het om de boodschap, al is de manier waarop je de boodschap brengt ook van belang. Het gaat om het gevoel of het idee waarop ik mijn teksten baseer. Soms komen mijn oneliners voort uit een groot gevoel of een grotere situatie, zoals intolerantie of onbegrip. Wanneer een zin er in één keer uitkomt,  is deze het sterkst. Denk je er te lang over na, dan maak je de zin kapot.”

Dialoog als doel? “In een menigte voel ik me niet op mijn gemak, sommige gevoelens kun je niet in woorden vatten, maar wel in beelden. Om een dialoog aan te gaan met mijn publiek heb je voornamelijk woorden nodig. Ik vind het interessanter om met mijn publiek een dialoog op het doek aan te gaan. Een symbiotische samenwerking met andere kunstenaars is voor mij ook een dialoog. Wanneer stijlen en oorspronkelijke ideeën zich vermengen tot iets nieuws, dat is bijzonder om te zien.” “Commercie hoeft op zich niet slecht te zijn. Pas ik mijn originele idee aan, omdat het uit commercieel oogpunt beter is, dan boet mijn oorspronkelijke boodschap in aan kracht. Bijkomend probleem is dat ik na die eerste stap niet meer terug kan keren. Aangezien mijn werk veelal op straat is te zien, lijkt het alsof mijn eerste publiek zich mijn werk heeft toegeëigend . Het is van iedereen geworden. Mijn eigen werk houd ik compromisloos, ook al exposeer ik nu in galeries. Uiteindelijk wil iedere kunstenaar succes, wat hij ook beweert. Succes, maar wel met liefde voor de boodschap en zonder concessies te doen. Het komt uit mijn hart of ik doe het helemaal niet.

Commercieel? “Daarnaast ben ik vanuit het taggen geïnteresseerd geraakt in iconic imagery. Dit is het principe waarbij een bepaald beeld de boodschap weergeeft en de betekenis van de boodschap verbeeldt. Een goed voorbeeld zijn de zes soldaten die op Iwo Jima ten tijde van de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse vlag planten. De maker van de foto had nooit het grotere geheel voor ogen, zoals de betekenis die het beeld nu heeft. De meest gereproduceerde foto ooit is nu een toonbeeld van doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid. Als tagger  ben ik hier ook mee bezig. Je wilt een herkenningsteken hebben, dat blijft hangen. Commercieel gezien heet dat branding. Daar experimenteer ik nu mee. Doeken zonder mijn naam eronder, waarbij alleen de boodschap telt. Ook al zie je het niet, je herkent het toch!”

Hoe nu verder? “Door mijn gedichten en teksten zijn er deuren geopend. Ik heb nu de mogelijkheid om te exposeren. Daarbij wil ik niet het gebruikelijke ‘doekje aan de muur, wijntje erbij’. De bezoeker moet een andere wereld in worden gezogen. Een rauwe wereld met intense beelden, harde muziek, veel rood licht en onderbelichte ruimtes. Volgens mij houden mensen daar stiekem wel van. Daarnaast experimenteer ik met videopoems, waarbij ik mezelf dwing om met een beperkte hoeveelheid beeldmateriaal een verhaal te vertellen.

Het meest trots ben ik op mijn eerste boek, met de titel ‘Are you reading me’, dat 30 maart 2009 wordt uitgebracht. Een boek van 160 bladzijden, waarin de ongepolijste stad de hoofdrol speelt en waarin mijn tags en teksten zijn gefotografeerd. Het is een tijdsdocument, waarbij het lijkt alsof de stad ontwaakt, tot leven komt en weer gaat slapen. Dat is echt een droom die uitkomt.”

Door Aico van Gogh (Interview maart 2009, Amsterdam)

About these ads