Het schoolbord met krijt en wisser is zo goed als verleden tijd. Het multimediale digibord is tegenwoordig een veelgebruikt klassikaal lesmedium. Stapsgewijs wordt nu ook de individueel gehanteerde tablet geïntroduceerd in de klas. De benadering van onderwijs verandert en klassikaal onderwijs gaat over in maatwerk per leerling. Welke rol kunnen mobiele media en verrijkte content in het onderwijs van de 21e eeuw spelen?

In het magazine van Kennisnet voor Najaar 2011 wordt in het artikel ‘21st Century Skills’ door Elleke Verwaijen gerept over innovatie in het primair onderwijs en de vereiste vaardigheden om te leren, werken en leven in de maatschappij van de 21e eeuw. “Diverse onderzoeken noemen deze zeven vaardigheden als de belangrijkste voor succes in de 21e eeuw: samenwerken, probleemoplossend vermogen, ict-geletterdheid, creativiteit, kritisch denken, communiceren, sociale en culturele vaardigheden.”

Deze vaardigheden vormen het startpunt voor de ontwikkeling van leermethoden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Door gebruik te maken van functionele nieuwe technologie kunnen kinderen gestimuleerd worden om effectiever en geconcentreerder te leren.

“Bij onderwijs vanuit de 21st century skills ligt de focus op het proces van leren, niet op het geven van het juiste antwoord”, aldus Verwaijen. “Onderwijs vanuit de gedachte van 21st century skills vergt een heel andere rol van de leerkracht. … De kunst is om onderwijs zó vorm te geven dat kinderen vanuit eigen fascinatie en nieuwsgierigheid samenwerken, samen ontdekken en samen presenteren.”

Verbeterde vaardigheden door technologie
In het onderwijs staat het kind centraal. De leerkracht heeft hierbij een sturende, leidende en ondersteunende functie. Om het leerproces zo effectief en aantrekkelijk mogelijk te maken voor de kinderen, kan technologie een belangrijke rol spelen. Hoewel op Kennisnet ook robotica en augmented reality genoemd worden voor toekomstige toepassingen in het onderwijs, lijkt dat nog toekomstmuziek.

Het gebruik van tablets in het onderwijs, initieel als boekvervanger en wellicht later als interactief leerplatform wordt meer en meer geaccepteerd. Het grote voordeel van een tablet is het formaat en de bruikbaarheid op de eigen werkplek. Ieder kind kan op zijn eigen tempo met de lesstof aan de slag.

Problemen oplossen
Tegenwoordig wordt meer nadruk gelegd op het oplossen van problemen. Het antwoord staat niet meer centraal, maar het proces dat voorafgaat aan het antwoord. Verwaijen: “…het onderwijs is nu vaak zó gericht op het geven van de enig juiste antwoorden, dat het soms eerder een quiz lijkt. … In plaats van een vraag te stellen en daar een eenduidig antwoord op te verwachten, zal een leerkracht met kinderen mee moeten denken over de kwaliteit van de onderzoeksvragen en hen aanmoedigen om zelf verder na te denken over het gevonden antwoord.” Je hoeft zelf niet alles te weten, zolang je maar weet waar je het antwoord kunt vinden.

Waarom zou je werken met, bij verschijning gedateerde, statische lesboeken als de lescontent actueler kan zijn en gerichter kan zijn op het individuele niveau van het kind. Benut de computerhoek op een andere wijze en integreer online en digitaal in de lesmethode in de vorm van webapplicaties of native apps. Sluit de lesmethode en leerwijze aan op de (toekomstige) belevingswereld van het kind.

Om aan de vereiste vaardigheden van de 21e eeuw te voldoen zal klassikaal onderwijs veranderen in onderwijs op maat, waarbij de vraag van de leerling centraal staat en de rol van technologie een geweldige hulp kan betekenen. Een van die technologische vernieuwingen in het onderwijs is de introductie van de tablet als lesmedium.

Pilots in voortgezet onderwijs
Momenteel zijn er in het voortgezet onderwijs (Erasmiaans Gymnasium, Hondsrug College) een aantal pilotprojecten gestart waarbij tablets gebruikt worden als dagelijks onderdeel van de lesroutine. De lesstof wordt hierbij aangereikt in de vorm van PDF of ePub. Bij het Erasmiaans Gymnasium gebruiken ze Tablisto als een digitale boekenkast. Een educatieve uitgever zorgt voor de digitale lescontent. De voordelen ten opzichte van de papieren lesboeken:

  • mogelijkheid tot het maken van notities;
  • snel schakelen tussen boeken;
  • filmpjes en afbeeldingen ter verduidelijking van de lesstof;
  • alle lesstof (boeken) op één apparaat.

Voordelen
Het is opvallend dat de tablet in de pilots wordt gebruikt als een digitale combinatie van boek en schrift. Door uit te gaan van de mogelijkheden van een digitaal boek en schrift ga je niet uit van de bredere mogelijkheden die een tablet biedt. Met name voor de hogere klassen in het primair onderwijs heeft de tablet een aantal belangrijke voordelen:

  • eenvoudiger samenwerken;
  • eenvoudiger delen van verwante informatie;
  • online verbinding zorgt voor actueler en dus aantrekkelijker aanbod van lesstof;
  • interactiviteit van content zet aan tot zelf onderzoeken.

In het primair onderwijs zijn er tot nu toe geen projecten met tablets als drager van de lesstof. De tablet wordt op een aantal basisscholen wel ingezet om delen van lessen in te richten. Digitale prentenboeken vervangen de papieren variant; leerzame spelletjes worden gespeeld; individueel of in tweetallen worden filmpjes bekeken voor de start van een opdracht.

Op tablets en smartphones aangepaste lesmethodieken zijn echter nog niet beschikbaar. Na contact met toonaangevende Nederlandse educatieve uitgevers werd me duidelijk dat deze op tablets gerichte lesmethodiek er op korte termijn ook niet gaan komen.

Na de muzieklabels en boekenuitgevers lijken ook de educatieve uitgevers de andere kant op te kijken bij de introductie van toegepaste technologie als lesondersteuning in het klaslokaal. Een gemiste kans?

Door Aico van Gogh (Gepubliceerd op 23 november op Frankwatching.com)

Tweehonderd miljoen euro is er nodig. Halbe Zijlstra herziet subsidies met de nuance van een hakbijl. De culturele sector protesteert, marcheert en rebelleert op televisie, radio en in de krant. Ze schreeuwen zo luid mogelijk, omdat ze gekort worden op gratis geld. Wie heeft de oerkreet van Carice, Bill en Joost niet gehoord? Het is echter te laat. Cultureel Nederland leidt aan het Bert Visscher-syndroom.

Als het ook maar even kan laten politici en bekend Nederland hun neus zien in theater, museum of filmhuis. Zolang er maar een rode loper ligt. Een zelfbevlekkend hoera van zien en gezien worden. Dit elitaire feestje staat mijlenver van de gemiddelde Nederlander. Ook zij gaan naar het theater, maar Zorro de Musical in de Parade is toch niet hetzelfde als een Oom Wanja. Rowwen Hèze in de Lievekamp is geen Schwarzwalder Torte-trio. Het ene bedruipt zichzelf en spreekt een groot publiek aan, het andere leeft bij de gratie van subsidie en trekt halflege zalen. Echter, een groot deel van de stemmers heeft er genoeg van en de politiek dus ook.

Voor de komst van dit schoonmaakkabinet hoorde je de kunstmakers bijna niet. Ze gedroegen zich als een stel Bert Visschers. Ze tapten lichte kritiekloze mopjes en herhaalden uitgekauwde kunstjes keer op keer. Weinig origineel en niet bepaald volksverheffend. Ze schoven aan tafel bij Matthijs, grapten mee om buiten schot te blijven en draaiden zoveel mogelijk mee met de veilige heersende opinie.

Zijlstra haalt de trekker over en ineens schreeuwen de kunstenaars zo hard mogelijk om aandacht. Datgene doen wat je het populisme verwijt. Dreinen als een klein kind dat zijn speeltje wordt afgepakt. Schreeuwen uit onmacht; kunstminnend en kunsthatend Nederland, politici én stemmers hebben eindelijk iets gemeen. Tijdens Oerol lijkt de Mars der Beschaving dan weer op een stille tocht. Preventief rouwen om de terminale patiënt, in leven gehouden door slechts één slangetje. Een begrafenisstoet op een eiland in het noorden van het land. Daarmee win je de publieke opinie niet voor je.

Ze hadden het aan kunnen zien komen. Jarenlange bezuinigingen gingen de kunstsector grotendeels voorbij. Zoet, zuur en bitter waren een ideale aanleiding tot kritische kunst. Kunst als spiegel voor de samenleving. Maar de kunstsector deed er niets mee en bleef bezig voor een select groepje mensen. Kom je aan hun principes, dan gebeurt er niets. Kom je aan hun geld…

Daar staan de kunstenaars dan. Buitenspel gezet door een kabinet dat de bezuinigingsplannen in beton heeft gegoten. Schreeuwen, stil zijn, huilen. Niets helpt, wanneer je de hand probeert te bijten die je voedt. Er is maar een remedie. Cultureel Nederland moet op eigen benen leren staan.

Door Aico van Gogh

Digital communication surrounds us and gives commercial business the opportunity to gather and share information with consumers. The development of innovative social media applications creates new channels for online relation management, but in the end it is all about integration.

For a few years now social media has a magical connotation as if it brings a well-needed solution for new ways of business-to-consumer communication (b2c). Several companies, which at first never even thought of online presence, online marketing and online relation management, seem to think that social media is the answer for their problems with reaching consumers and engaging in conversations with consumers. Social media strategies are hastily developed and implemented, because everyone else is using social media already.

After a short period without improvement on return on investment (ROI), budgets for social media lower, because the supposed effect of this new strategy does not turn out the way it should. Lessons learnt.

On 17 February 2011 Peter Yared concluded in his article on ReadWriteWeb about do’s and don’ts in Facebook marketing: ‘The point is to regularly put up new, fresh engagement features that are easy and fun for users to interact with, that they will want to post to their wall and share with their friends. Then users will interact with your brand just like they interact with their friends on Facebook!’ I think this conclusion in general applies to all sorts of b2c communication, where interaction and fun should be new and relevant to the consumer to result in more traffic or an improved ROI.

I would like to add to Peter Yared’s statement that his conclusion would only work for commercial business when you succeed to integrate your social products’ functionality and interface into the daily routine of your consumer. Help them doing what they do in an easier or more joyful manner. There are only 24 hours per day available, so take the needs and agenda of your costumer serious and try to add value to your message in a non-time consuming dialogue. As you’re trying to engage in a meaningful conversation with your consumer focus on the expectations of your consumer instead of pushing your own agenda to start the conversation.

Use social media integration as the main focus of your company’s social media strategy. Integration is more than just implementing your strategy and trying to make the most of it by participating in several social media channels. Integration is about knowing where your target audience is and how they behave. By integrating your social media to fit in with the activities of your consumer, you make it as easy as possible for them to use your product. You’ll only have one chance to make a first impression and to convince consumers that your product is a useful addition to the media they’re already using.

State clearly what your goal is when approaching consumers. You don’t have to act as the consumer’s best friend to have a meaningful relationship. When the consumer considers you as a distant but valuable resource of information, your relationship with your consumer will be not as frequent, but will still be authentic. It takes time and understanding to gain trust and listen to your consumer. Subsequently you’ll be able to provide helpful solutions to day-to-day issues that truly will have an impact on their lives.

By Aico van Gogh


Kinderboeken en de iPad (of tablet computers in het algemeen) lijken wel voor elkaar gemaakt. LCD-kleurenscherm, lichtgewicht, handzaam formaat en touchscreen. Geen wonder dat illustratoren en kinderboekenschrijvers hun aandacht langzaam verleggen naar een digitale versie van hun kinderboeken. Geen lineaire verhaallijn, maar een interactief avontuur, waar kinderen invloed hebben op het verhaal. Acht tips voor een succesvolle kinderboek-app.

Planning en organisatie
De ontwikkeling van een kinderboek-app begint met een geschikt verhaal/idee of een bestaand kinderboek. In beide gevallen zijn een goed contact met de illustrator en auteur en een realistische tijdplanning van groot belang bij de ontwikkeling van een kinderboek-app. Derek Sivers heeft in juni een interessant artikel gewijd aan werving en begeleiding van programmeurs in het algemeen, waar ik mij graag bij aansluit.

Voorzie de programmeur van een duidelijk draaiboek, waarin beeld, audio en interactie per pagina gespecificeerd zijn. Zo weet de programmeur wat er van hem verwacht wordt. Lever illustraties gelaagd aan, zodat interactie en animatie mogelijk is. Bij bestaande prentenboeken is het handig als de illustrator bereid is aanpassingen te maken in de illustraties. Een gedegen voorbereiding verkort de ontwikkeltijd enorm en voorkomt ergernis en hoogoplopende kosten. Verwacht onverwachte problemen en probeer oplossingsgericht te werk te gaan door de programmeur zoveel mogelijk het probleem uit handen te nemen.

Herhaling
Is er een doorslaggevende factor die garant staat voor een succesvol digitaal kinderboek? Het is algemeen bekend dat kinderen in de kleuterleeftijd houden van herhaling. Uit onderzoek van Stichting Lezen komt naar voren dat het bij herhaling voorlezen uit hetzelfde prentenboek voor een beter begrip van de inhoud zorgt. Het is dus van belang dat een kinderboek-app content met verschillende lagen bevat, waarbij het kind steeds iets nieuws ontdekt en leert, zodat het prentenboek over een langere periode gebruikt wordt. Gelaagdheid bepaalt of de aanschaf van een kinderboek-app de moeite waard is. Ouders hebben de portemonnee, dus richt je tot hen. Laat zien wat jouw app onderscheidt van de rest.

Uitdaging
Door interactie wordt een kind uitgedaagd en kan het zelf een rol spelen in het verhaal. Zo biedt een kinderboek-app een meerwaarde aan de lees- en leerbeleving van de kleuter. Een tablet is intuïtief en door het touchscreen biedt een tablet meer interactieve mogelijkheden dan een papieren medium. Waarom zou je ze dan niet gebruiken? De mogelijkheid om voorgelezen te worden door een vertelstem of een audio-opname van de ouders is eenvoudig maar doeltreffend. Interactie door middel van slepen, bladeren, schudden en blazen zorgt voor een aantrekkelijker gevarieerd prentenboek en dus een hogere herhaalwaarde. Neem geen genoegen met een 1-op-1 omzetting van papier naar tablet. Dat doet een kind ook niet!

Edutainment
Spelend leren is een trend in het huidige onderwijs. Onderwijskundige Karolien Schmidt hierover: “De kunst is om je aanbod voortdurend af te stemmen op de ontwikkeling van de kinderen. Daarnaast moet je variatie bieden in geleide, begeleide en vrije activiteiten. Zorg dat er genoeg variatie is in de leeromgeving (spelsituaties, speel- / leeractiviteiten), zodat kinderen steeds weer uitgedaagd worden.”

Het educatieve karakter van een app vormt een meerwaarde en is een extra motivatie voor aanschaf door ouders. Spelend leren door zelf te ontdekken, aangepast aan het niveau van het kind door gebruik te maken van verschillende moeilijkheidsgraden. Een vragenreeks als afsluiting van het verhaal is bijvoorbeeld een eenvoudige en leuke test of het kind de inhoud en de verhaalstructuur begrepen heeft. Ontwikkel bijbehorende spelletjes die het verhaal meer diepgang geven of de achtergrond duidelijk maken. Op deze wijze neemt de tablet langzaam maar zeker een klein gedeelte van de rol van intermediair in, vergelijkbaar met ouders, juffen en meesters en medewerkers van de bibliotheek

Marketing
Wanneer de consument een kinderboek-app wil kopen, verwacht hij dat hij waar voor zijn geld krijgt. Dan moet hij de kinderboek-app echter wel kunnen vinden. Momenteel zijn de App Store en Android Market moeilijk te doorzoeken op recent gepubliceerde Nederlandse prentenboeken. Wanneer je in de App Store hitlijsten selecteert en specificeert op boeken, dan is een top tien zichtbaar van meest gedownloade betaalde en gratis apps, waaronder een groot aantal kinderboeken. Het is echter onduidelijk over welke periode Apple dit berekent.

Onderscheidend zijn in woord, beeld en promotie is dus van belang om een kinderboek-app bij de doelgroep onder de aandacht te brengen en apps te verkopen. Toon via diverse online kanalen wat de gebruiker krijgt door middel van videorecensies en trailers. Gebruik van social media is een goed middel, maar vraagt wel actieve deelname van schrijver en ontwikkelaar bij de promotie van een kinderboek-app. De doelgroep van prentenboekkopers is online echter zeer verspreid en moeilijk direct benaderbaar.

Verstrek gratis versies van je recent verschenen app ter promotie aan geïnteresseerde recenserende media. Door neprecensies te plaatsen op fora of in de App Store scoor je weliswaar hoger qua vindbaarheid, maar zo boet je product wel in qua authenticiteit. Laat weten dat je kinderboek-app aanschafwaardig is en laat anderen het voortzeggen. Wacht niet tot de lezer jou vindt. Wees daar waar je lezers zijn en neem als uitgever de rol van boekhandelaar over.

Prijs
Hoeveel moet/mag een kinderboek-app dan kosten? De ontwikkelkosten van een app zijn afhankelijk van de complexiteit van het verhaal en de interactieve elementen. Enig rondkijken in de App Store leert al snel dat een appboekenprijs van €1,99 – €3,99 het meest voorkomt. Dit is grofweg een kwart van de prijs van een papieren prentenboek. Je marge is met een dergelijk lage app-prijs beduidend lager. Voordeel van een app is echter dat je een grotere markt kunt bedienen door je boek in verschillende talen uit te brengen.

Realiseer je tevens dat je kinderboek-app altijd beschikbaar en zichtbaar is via de App Store of Market. Het principe van back-list titels verdwijnt; de long tail zorgt ook voor inkomsten. De hoeveelheid verkochte apps/boeken is belangrijker dan een hogere procentuele marge. Focus dus op omzet i.p.v. marges.

Updaten
De App Store biedt de mogelijkheid tot het updaten van je kinderboek-app, zodat je je app kunt voorzien van extra opties of content na publicatie. Opvallend is echter dat een klein aantal uitgevers deze updatefunctie misbruikt om een halve kinderboek-app uit te brengen om gebruik te maken van het momentum. Apple’s review guidelines zijn duidelijk, maar wellicht niet streng genoeg, zodat deze apps door de mazen van het net glippen. Commentaren van crashende kinderboek-apps en gebrekkige functionaliteit zijn dan ook niet van de lucht.

In de boekomschrijving van een groot aantal kinderboek-apps in de App Store wordt veel beloofd. Aangezien de consument zijn aankoop deels baseert op deze omschrijving, kan de teleurstelling groot zijn als het kinderboek niet voldoet aan de verwachtingen. Een logisch gevolg kan zijn dat de consument een negatieve recensie toevoegt, terwijl deze recensie met zorgvuldiger programmeren, plannen en omschrijven, voorkomen had kunnen worden. Sommige apps zijn al aan de vierde update toe binnen twee maanden!
Neem de consument dus serieus.

Lever een volledig product, waar de consument en de uitgever beiden blij van worden.

In app purchase
Maak gebruik van de mogelijkheden die het medium biedt. In app purchases maken het gemakkelijker om een band op te bouwen met de consument. Geef de klant de optie om te kiezen voor extra content, service, functionaliteit of een abonnement. Breng bijvoorbeeld eerder verschenen kinderboek-apps bij de lezer onder de aandacht via een directe link naar de App Store. Ook is het mogelijk een functionele lite versie van een kinderboek-app te produceren. Via in app purchase kan de consument vervolgens de volledige app aanschaffen.

De belangrijkste tip voor een succesvolle app is echter: Laat kinderen het testen. Wie weet nu beter hoe een kinderboek-app er uit moet zien en werken dan de doelgroep zelf?

Door Aico van Gogh (Gepubliceerd op 22 januari 2011 op Frankwatching.com)

Er is een schrijnend tekort aan digitale kinderboeken. Op online fora en in veel comments zijn reacties te lezen als: ‘In de App Store zijn er bijna geen Nederlandstalige boeken te vinden, die ik voor mijn kinderen kan kopen.’ Ligt het aan het aanbod van prentenboeken of draait het hier om vindbaarheid?

Het antwoord luidt: beide. Het aanbod van Nederlandstalige prentenboeken voor tablets is nog niet groot. Hiervoor zijn verschillende factoren te benoemen: app-ontwikkeling is een grote investering, Nederland vormt een kleine markt, de traditionele uitgevers zijn huiverig en de eerste volwaardige tablet is pas sinds juli te koop.

Vindbaarheid
Daarnaast hebben de App Store en Android Market momenteel een rommelig zoeksysteem, waarbij het o.a. niet direct mogelijk is om op leeftijd van de doelgroep en op taal te zoeken. Probeer dan maar eens een leuk en interactief prentenboek te vinden voor je kinderen. Liefst ook een prentenboek met een educatief karakter, zodat ze spelend kunnen leren.

Het aanbod van prentenboeken wordt steeds groter nu de potentie van digitale prentenboeken en tablets beter zichtbaar wordt. Het lijkt een kwestie van tijd, voordat vraag en aanbod beter op elkaar aangepast zijn. De vindbaarheid blijft echter een heikel punt. De App Store en Android Market bieden beide geen mogelijkheid voor een overzicht van Nederlandstalige prentenboeken tussen al die honderdduizenden apps. Daarnaast maken uitgevers nog niet optimaal gebruik van de mogelijkheden die de App Store wel biedt. Onderscheidend taggebruik en een wervende omschrijving ontbreken nog te vaak.

Onafhankelijk
Het is ondenkbaar dat een uitgever afhankelijk wil zijn van het zoeksysteem in de App Store of Android Market voor de verkoop van zijn prentenboekenapps. Waar uitgevers traditioneel gezien met de boekhandelaar samen optrekken op het gebied van marketing en promotie om hun boeken te verkopen, is de situatie nu drastisch veranderd. Met de komst van een nieuw medium dienen uitgevers zichzelf opnieuw uit te vinden. Het begint met een bewustzijn van de eigen verantwoordelijkheid voor de verkoop van apps. De uitgever moet zelf zijn digitale boeken onder de aandacht van de lezer zien te brengen om nog een boek te kunnen verkopen. Maar kunnen ze dat wel?

Kansen te over
Online vind je een aantal partijen die orde proberen te scheppen in de overvloed aan apps. Androlib en Uquery bieden de mogelijkheid om met een web-based zoekmachine Android Market en de App Store te doorzoeken. Beide websites bieden echter geen meerwaarde voor de Nederlandstalige markt door een gebrek aan zoekopties.

Er is ruimte voor een markt van diverse onderscheidende marketingportals, waarbij specialisatie per leeftijdsgroep, taal of genre de insteek vormt. Iedere portal geeft een totaaloverzicht, waarbij een kwaliteitsselectie plaatsvindt door moderators én de consument aan de hand van recensies, rating en ranking. Zo ontstaat een evenwichtiger en toegankelijker platform dan de App Store en Android Market (momenteel) zijn. Wie neemt de handschoen op?

Uiteindelijk gaat het niet om het feit dat je app in de App Store of Android Market ligt. Daar begint het namelijk pas. Zolang de lezer je boek niet kan vinden, zul je niets verkopen.

Door Aico van Gogh (Gepubliceerd op 5 januari 2011 op Frankwatching.com)

With the introduction of the internet, the way to communicate has changed. Digital communication surrounds us and gives us the opportunity to gather news, socialize with friends, collaborate without actually meeting and much more. It’s all about trust and authenticity.

‘In e-mail, LinkedIn and Facebook messages, much of the traditional markers of trust, such as voice intonation and body language, are hidden. Olson finds that when only text is available, participants judge trustworthiness based on how quickly others respond.’ (Olson, 2010)  For instance, if you receive an e-mail in which you are asked to reply, you’d better send an acknowledgement of receiving the message and that you will reply when you have got the time to send back an appropriate message.The time it takes to reply to user input is called responsiveness.

Responsiveness is the most important factor to create trust between the sender and the receiver of your message.  Responsiveness is essential when messages are primarily text. To create trust the sender also can use video or audio. With these types of media the sender can express body language, use emotion to emphasize on certain words. Video and audio doesn’t sound and look as monotone as text does.

The rise of video sharing sites as Vimeo and YouTube are products of increased trust within a message. By using video the viewer can see the sender and use his own interpretation of the body language and way of speaking to understand the message. When video is added to spoken text the message seems trustworthier.

For instance, when Chris Brown apologized for his aggressive behavior towards Rihanna, his public apology was put on YouTube. This way his fans could see their idol talk in a humble manner as if he actually means it. It’s fascinating to see the comments below the video. Most of the male viewers accuse Chris Brown of lying and being a fraud. The female viewers, who are his fans, feel sympathy after watching the video. To quote MisskattyAngel’s comment: ‘Nobody is perfect. he has repented. else he can do but apologize? he is already paying the consequences: the many fans who are no longer on his side, the CD with a few sales. I believe that you have to forgive in life.’ And this is just one of the many comments with the same scope.

It seems that the consumer and the target audience reward trustworthiness and authenticity. When someone is open, transparent and seems honest, that person will be trusted even when you don’t know that person in real life. Creating trust with your audience is essential to communicate, share and collaborate. The whole purpose of social media is built around trust. ‘With a bit of help from our friends in the fields of psychology and information technology, we can apply the age-old intuitions of face-to-face conversation to whatever advances in technology come our way.’ (Olson, 2010)

Although people use nicknames, make themselves look better by exaggerating and lying about personal information, social media keeps growing. Personally I think that lying and cheating on the internet are accepted, because ‘everyone’ does it. If you can’t beat them, join them! As long as you’re aware the other is lying, all will stay the same. Trust doesn’t even seem to be an issue online.

by Aico van Gogh

De verhullende hardheid van poëzie en de oerkracht van  graffiti. Amsterdammer Laser 3.14 spreekt met verf en de hoofdstad is zijn canvas. Een dialoog over vergankelijkheid, passie en eerzucht.

Het begin? Laser 3.14: “In de jaren ’80 kwam de graffiti op in de Verenigde Staten en Nederland volgde snel. Ik zat met mijn moeder in de Amsterdamse metro en als jongetje van elf jaar was ik gefascineerd door de tags langs het spoor. Tegelijkertijd kreeg Hip Hop meer bekendheid. Vooral de beeldende teksten spraken me daarvan erg aan. Eenmaal begonnen met taggen, viel voor mij alles op zijn plaats. Na enkele jaren waren er echter ook momenten zonder motivatie, waarin het taggen begon te vervelen. Voor mezelf had ik niets meer te bewijzen. Daarna heb ik zo’n zeven jaar niets met graffiti gedaan en ben ik overgestapt naar het tekenen van comics.”

Poëzie en taggen? “Die combinatie was niet vanzelfsprekend. Op een bepaald moment was ik meer geïnteresseerd in het onderschrift dan in het kunstwerk zelf. Vaak waren deze boodschappen sterker dan het visuele gedeelte van een piece of kunstwerk. Dit wilde ik zelf ook doen. Met een vel papier met eigen teksten ben ik naar buiten gegaan en ik heb mijn eerste tags met oneliners gezet. De gedachte achter de ongewone combinatie van poëzie en graffiti sprak me aan, al was de uitwerking in het begin erg crappy.

Wat mijn huidige werk vooral kenmerkt, is de ondergrond waarop de tags worden gezet. Dat zijn veelal bouwschuttingen en tijdelijke afschermingen. De vergankelijkheid en de tijdelijkheid versterken  de boodschap die ik de toeschouwer mee wil geven. Wat er vandaag is, kan er morgen niet meer zijn. Gelukkig zijn er in Amsterdam voldoende plekken om mijn creativiteit de vrije loop te laten. Met doorzettingsvermogen en door terug te gaan naar de basis van taggen, doorbreek je  tijdelijke creatieve impasses, die iedere kunstenaar kent. Op andere momenten surf je mee op een golf van creativiteit. Zo ontwikkel je jezelf als schrijver. Ik zit nu ongeveer acht jaar in een productieve flow.”

The style or the message? “Uiteindelijk draait het om de boodschap, al is de manier waarop je de boodschap brengt ook van belang. Het gaat om het gevoel of het idee waarop ik mijn teksten baseer. Soms komen mijn oneliners voort uit een groot gevoel of een grotere situatie, zoals intolerantie of onbegrip. Wanneer een zin er in één keer uitkomt,  is deze het sterkst. Denk je er te lang over na, dan maak je de zin kapot.”

Dialoog als doel? “In een menigte voel ik me niet op mijn gemak, sommige gevoelens kun je niet in woorden vatten, maar wel in beelden. Om een dialoog aan te gaan met mijn publiek heb je voornamelijk woorden nodig. Ik vind het interessanter om met mijn publiek een dialoog op het doek aan te gaan. Een symbiotische samenwerking met andere kunstenaars is voor mij ook een dialoog. Wanneer stijlen en oorspronkelijke ideeën zich vermengen tot iets nieuws, dat is bijzonder om te zien.” “Commercie hoeft op zich niet slecht te zijn. Pas ik mijn originele idee aan, omdat het uit commercieel oogpunt beter is, dan boet mijn oorspronkelijke boodschap in aan kracht. Bijkomend probleem is dat ik na die eerste stap niet meer terug kan keren. Aangezien mijn werk veelal op straat is te zien, lijkt het alsof mijn eerste publiek zich mijn werk heeft toegeëigend . Het is van iedereen geworden. Mijn eigen werk houd ik compromisloos, ook al exposeer ik nu in galeries. Uiteindelijk wil iedere kunstenaar succes, wat hij ook beweert. Succes, maar wel met liefde voor de boodschap en zonder concessies te doen. Het komt uit mijn hart of ik doe het helemaal niet.

Commercieel? “Daarnaast ben ik vanuit het taggen geïnteresseerd geraakt in iconic imagery. Dit is het principe waarbij een bepaald beeld de boodschap weergeeft en de betekenis van de boodschap verbeeldt. Een goed voorbeeld zijn de zes soldaten die op Iwo Jima ten tijde van de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse vlag planten. De maker van de foto had nooit het grotere geheel voor ogen, zoals de betekenis die het beeld nu heeft. De meest gereproduceerde foto ooit is nu een toonbeeld van doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid. Als tagger  ben ik hier ook mee bezig. Je wilt een herkenningsteken hebben, dat blijft hangen. Commercieel gezien heet dat branding. Daar experimenteer ik nu mee. Doeken zonder mijn naam eronder, waarbij alleen de boodschap telt. Ook al zie je het niet, je herkent het toch!”

Hoe nu verder? “Door mijn gedichten en teksten zijn er deuren geopend. Ik heb nu de mogelijkheid om te exposeren. Daarbij wil ik niet het gebruikelijke ‘doekje aan de muur, wijntje erbij’. De bezoeker moet een andere wereld in worden gezogen. Een rauwe wereld met intense beelden, harde muziek, veel rood licht en onderbelichte ruimtes. Volgens mij houden mensen daar stiekem wel van. Daarnaast experimenteer ik met videopoems, waarbij ik mezelf dwing om met een beperkte hoeveelheid beeldmateriaal een verhaal te vertellen.

Het meest trots ben ik op mijn eerste boek, met de titel ‘Are you reading me’, dat 30 maart 2009 wordt uitgebracht. Een boek van 160 bladzijden, waarin de ongepolijste stad de hoofdrol speelt en waarin mijn tags en teksten zijn gefotografeerd. Het is een tijdsdocument, waarbij het lijkt alsof de stad ontwaakt, tot leven komt en weer gaat slapen. Dat is echt een droom die uitkomt.”

Door Aico van Gogh (Interview maart 2009, Amsterdam)

‘Wat schepte mijn verbazing, ik kreeg nee op het rekest!’ of ‘Een 2e hands Volvo occasion… geliefd bij veel ex lease auto kopers.’ Op online fora en zelfs bedrijfswebsites ontstaat een geheel nieuwe taal naast het Nederlands. Een taal van verhaspelde spreekwoorden en losgeschreven woorden, geïnspireerd op de Engelse schrijfwijze.

Het is een sluimerend fenomeen op internet en steekt nu ook de kop op in verschillende vormen van geprinte media. Groene boekjes en ministers van Onderwijs ten spijt; een beroerde spelling en een algeheel gebrek aan taalvaardigheid zijn niet alleen merkbaar bij scholieren en studenten. Het is een maatschappelijk probleem dat algemeen geaccepteerd lijkt te worden. Het gebruik van afkortingen, msn-taal en woorden uit vreemde talen is vooral in trek in de alledaagse spreektaal.

De geschreven informatieve communicatie heeft hier vooral mijn aandacht. Televisie en krant voorzien je van een portie nieuws. Meer informatie en achtergronden vind je op internet, waarbij je vanzelfsprekend vertrouwt op de perfecte taalbeheersing van de journalist of auteur. Vervolgens neem je de spelling van de gelezen woorden onbewust in je op en gebruik je deze schrijfwijze zelf ook.

SEO
Daar zit nu het probleem. Auteurs op internet worden (evenals hun collega’s op televisie) gedreven door kijkcijfers. Het aantal views van een bericht is bepalend voor de inkomsten en populariteit. Doordat veel mensen informatie zoeken via zoekmachines is een ontwikkeling ontstaan die een bericht zo hoog mogelijk kan ranken in een zoekmachine: SEO, search engine optimization. SEO helpt bedrijven om tekststructuren in te delen en trefwoorden beter vindbaar te maken. SEO heeft echter een nare bijwerking…

Met behulp van key words worden zoekresultaten geanalyseerd. Naar welke onderwerpen zoeken mensen op internet? Welke trefwoorden worden het meest gebruikt en welke plek neemt je bericht in op deze zoekmachineranglijst. Met behulp van deze analyse passen auteurs hun teksten aan aan de spelling en schrijfwijze van de internettende consument. Bijvoorbeeld: zoekt een consument naar informatie over tweedehands auto’s? Grote kans dat de consument dan ‘tweedehands’, ‘tweede hands’, ‘2e hands’ of ‘2de hands’ intypt.

De auteur van het artikel over tweedehands auto’s past vervolgens zijn artikel aan aan de zoekresultaten van de zoekmachine. Bovenstaande key words worden dus willekeurig in de tekst geplakt om een zo hoog mogelijke positie te bemachtigen in de zoekmachine wanneer de consument op zoek is naar tweedehands auto’s.

Twee de hands dan maar?
Door deze willekeurige spelling weet de oplettende lezer niet wat de juiste spelling is. Hierdoor is de kans groot dat de lezer het zelf fout intypt als hij nogmaals op zoek gaat naar hetzelfde onderwerp.

Waarna het gehele proces van aanpassen en taalverloedering opnieuw begint. Het uiteindelijke resultaat? Een neerwaartse spiraal van foutieve varianten op de originele spelling. Daar kan geen onderwijsbudget tegenop.

Door Aico van Gogh

Met de Nederlandse introductie van de iPad op 23 juli 2010 staat de als conservatief te boek staande uitgeverswereld een groot aantal nieuwe ontwikkelingen te wachten. Ook lezers omarmen de technologische groei met de nodige sentimentele scepsis. Het traditionele beeld van wat een boek is of zou moeten zijn, wankelt.

Een boek is pas een boek als je de vezels van het papier kunt voelen en de geur van stoffige bibliotheken je neus kietelt; met een boek in je handen nestel je je op de bank. Een papieren boek lezen is een belevenis in je eigen achtertuin. Een goedgevulde huisbibliotheek is een statussymbool en een gewillig gespreksonderwerp. Zo heb ik zelf mijn boekenkast gevuld met allerlei geletterde prullen. Van de kookboeken van mijn moeder en allerlei religieuze betweterbundels tot schrijfschriftjes uit mijn kindertijd. Mijn boekenkast ben ík en wie aan mijn boeken komt, komt aan mij.

De opkomst van tablet pc’s en de iPad in het bijzonder wakkert de weerstand tegen vernieuwing aan. Waarom zou men een ebook willen lezen als een papieren boek voldoet? Om vervolgens dit statement kracht bij te zetten met een handvol voordelen van een papieren boek en nog meer nadelen van een digitaal boek. De grootste twijfel kan echter weggevaagd worden met een eenvoudige vaststelling: er is een doelgroep voor. Als jij niet bij deze doelgroep hoort, geen nood. Papier is niet uit de mode.

We blijken gehecht aan dat oude medium van gebundelde platgewalste boompulp gecombineerd met een recyclepapje van oude kranten en zak-van-Max-lompen. Begrijpelijk sentiment, hoewel de onzekerheid van innovatie juist nieuwe kansen biedt. Het is menselijk gedrag om je te verzetten tegen dat wat nieuw is en je uit je ‘comfort zone’ haalt. Maar in plaats van protest kun je je beter verdiepen in vergrote vrijheid die dit medium je biedt. De mogelijkheden tot interactiviteit zijn eindeloos en de passieve eenzijdig gerichte informatieverstrekking lijkt verleden tijd.

In Vincent Icke’s pleidooi voor papieren boeken en behoud van de intellectuele vrijheid in het NRC Handelsblad van 7 augustus 2010 regeert de onderbuik. Zijn standpunten zijn voer voor een aantrekkelijke discussie op het NRC-forum. Voor- en tegenstanders staan lijnrecht tegenover elkaar in een welles-nietes discussie over welk medium nu eigenlijk beter is. Icke’s poging om het kopen van ebooks gelijk te stellen aan het verlies van je vrijheid wordt niet gehoord door zijn lezers. De onvermijdelijke conclusie op het NRC-forum luidt dat iedereen een eigen voorkeur heeft. Een conclusie die niet sexy of spannend is maar wel waarheid bevat.

Uiteindelijk zal het beeld van wat een boek is veranderen. Is het niet vandaag, dan wel morgen. Het idee dat een boek bestaat uit papier met enkel tekst en een enkele illustratie, gebundeld per 16 pagina’s is romantisch, maar aan verandering onderhevig. Waarom zou een digitaal bestand minder waarde hebben? Toegegeven, je kunt een ebook niet vasthouden en lezen zonder een elektronisch hulpapparaat. Je bent afhankelijk van het middel dat de tekst draagt. Deze omschrijving verschilt niet van het gebruik van papier als middel om de tekst te dragen. De prijs van een ereader, de afhankelijkheid van een volle batterij van je ereader om te lezen, het gevaar dat je je ebook kunt verliezen door een virus in je ereader zijn enkele van de hoge drempels die worden genoemd op het NRC-forum.

Het gevoel van verlies aan vrijheid, dat Vincent Icke aanhaalt in zijn essay, zit in het feit dat je bovengenoemde drempels als beperkend ervaart. De prijzen van ereaders zullen door het grotere aanbod drastisch dalen, de prijzen van ebooks zijn momenteel al behoorlijk lager dan de prijs van een papieren boek. Nieuwe ereaders bevatten bovendien geïntegreerde multifunctionaliteit; een grote uitkomst voor bijvoorbeeld studenten. Je neemt een boekenkasthoeveelheid aan boeken mee op één apparaat, waarmee je ook aantekeningen kunt maken en internet kunt gebruiken.

Deze revolutie in boekenland is positief voor lezers en zet het boek als verhalend medium opnieuw in de belangstelling. Of je een voorloper bent als gebruiker van deze technologie of liever vanuit de achterhoede de kat uit de boom kijkt; op dit moment gebeurt er veel wat onze kijk op boeken verandert. Eerder spannend dan bedreigend, wat mij betreft.

Door Aico van Gogh

De kans dat je de waarheid leest en dat je te maken hebt met objectieve verslaggeving van de werkelijkheid is het grootst bij de krant die wordt gestuurd door een journalistieke redactie. Maar dit oude medium is het aan het afleggen tegen de televisie en het naar volwassenheid groeiende internet. Na een lang ziekbed is het einde in zicht van dit ’prehistorische informatiefossiel’. Wat nu?

Uit cijfers van Het Oplage Instituut (HOI) blijkt dat de oplages van kranten als De Telegraaf, de Volkskrant en NRC Handelsblad al jaren dalen. In 2006 werd de oorzaak gezocht in de opkomst van gratis kranten als Metro en Sp!ts en de groei van gratis nieuwswebsites als Nu.nl en Regionieuws.nl.

Sindsdien heeft internet zich razendsnel ontwikkeld en zijn er veel nieuwssites bijgekomen. Het zou dan ook te verwachten zijn dat de bezoekersaantallen van nieuwssites sinds 2005 een hoge vlucht hebben genomen. Volgens Marketingfacts had Nu.nl in 2009 4,5 miljoen unieke bezoekers per maand, terwijl de Stichting Internetreclame er in november 2006 4 miljoen telde. Een relatief kleine stijging dus, die nog opvallender wordt als je de statistieken van het aantal pageviews per maand vergelijkt. Volgens cijfers van Sanoma Digital bedroeg in november 2005 het aantal pageviews 166 miljoen. In diezelfde maand in 2009 was dit aantal gestegen tot 360 miljoen pageviews per maand. Simpel gezegd blijven de bezoekers langer op de website dan vroeger.

De mogelijkheden van internet zijn ook doorgedrongen tot de verschillende uitgevers van betaalde kranten en hun redacties. Uitgevers hebben hun kranten ook online toegankelijk gemaakt om een nieuw publiek te bereiken en de abonnees een online service te bieden naast de traditionele papieren versie. Hierdoor zijn actuele aanpassingen en updates door de redactie mogelijk, zodat de consument altijd op de hoogte kan zijn van het laatste nieuws. De inhoud van de kranten wordt een-op-een overgezet naar de internetuitgave, waarna webredacties de actualiteit waarborgen.

In tegenstelling tot een website als Nu.nl is deze online krant niet gratis toegankelijk. Voor een maandelijks bedrag krijgt de consument toegang tot het nieuws, het archief en dat wat een krant zijn meerwaarde geeft: de journalistieke opinie. Om abonnees naar de website te leiden staan er allerlei extra’s online. In de vorm van achtergronden op het nieuws, multimediale toepassingen en verwijzingen naar andere websites worden zo interviews, bronmateriaal en foto’s toegankelijk gemaakt voor de consument. Maar wat is nu werkelijk de meerwaarde van een betaalde online krant voor niet-krantlezende en op internet surfende consumenten? Het nieuws is elders al te lezen; waarom zou je er dan voor betalen?

De hoeveelheid nieuws in de kranten is te vergelijken met de informatie van gratis nieuwssites als Nu.nl, Fok.nl en Regionieuws.nl. Op bovengenoemde websites worden voornamelijk berichten van het ANP en onafhankelijk persbureau Novum geplaatst. Zo is er online een knip-en-plakcultuur ontstaan, waarbij met zo min mogelijk moeite zo veel mogelijk nieuws wordt verspreid. Veel websites fungeren als doorgeefluik en papegaaien elkaar na met het brengen van snacknieuws en het jagen op scoops. Het gebrek aan journalistieke opinie en duiding van het nieuws hebben de online nieuwskoeriers opgelost met de mogelijkheid tot reageren door de gebruikers. In een mum van tijd geven participerende lezers hun mening en achtergronden bij het onderwerp.

Maar is deze reactiemogelijkheid, die de snacknieuwswebsites bieden, wel te vergelijken met journalistieke opinievorming? Is iedere willekeurige reactie onder een nieuwsbericht gelijk aan een journalistieke opinie? De scheidslijn tussen mening en opinie is vervaagd. Wat mij betreft levert een opiniemaker met oprechte bedoelingen nieuwe invalshoeken en beargumenteert hij zijn opinie door verbanden te leggen tussen nieuwsfeiten. Dit staat in contrast met de gemiddelde reactie op een nieuwsvergaarwebsite als Fok.nl. Hier wordt vooral gepraat vanuit de onderbuik en wordt onderlinge discussie aangegaan. Dit kan ook zeker een doel zijn van een opiniemaker, maar de discussie op zich maakt geen deel uit van zijn onderbouwde nieuwsduiding.

Een ander belangrijk nadeel is het gebrek aan objectiviteit. De papegaaiwebsites streven andere doelen na dan de traditionele papieren media. Hierdoor is de verslaggeving van de waarheid makkelijker te vervormen, als dit leidt tot hogere bezoekersaantallen. De jacht naar de nieuwsscoop, geld als leidraad nemen en het nalaten van een grondige feitencheck komen de objectiviteit van veel online nieuwssites niet ten goede. Wanneer kijkcijfers het correct weergeven van nieuwsfeiten in de weg zitten kun je dan nog wel spreken van journalistiek?

De focus van de uitgevers van papieren nieuwsmedia ligt tegenwoordig op het zoeken naar een online verdienmodel, zodat de krant kan voortbestaan. De concurrentie van de gratis nieuwswebsites dwingt de krant mee te gaan in deze wedstrijd, die niet te winnen is. Wanneer beseffen de krantenuitgevers dat zij een andere markt bedienen dan de klakkeloos kopiërende websites? Tijd voor krant 2.0!

In de huidige tijd, waarin authenticiteit het grootste goed is, kunnen de kranten een doorstart maken. Door zichzelf te profileren als journalistieke professionals en door ernaar te streven volledig objectief te zijn, kunnen de krantenuitgevers en -redacties zich fel afzetten tegen de online feitenbrengers. Door meer achtergronden te bieden, naast het een-op-een online zetten van de papieren versie, krijgt de consument een volledig overzicht rondom nieuwsfeiten. Wanneer de journalist vanuit deze professionaliteit vervolgens zijn oordeel scherp verwoordt met heldere standpunten, kan de krant bovendien weer een podium zijn voor maatschappelijk debat.

In hun voortdurende jacht naar geld zetten de grote online nieuwsverzamelsites hun pas veroverde plek op het spel. Het is tijd voor traditionele media om hun positie terug te winnen. Het is tijd om de krant nieuw leven in te blazen.

Door Aico van Gogh

(Artikel is verschenen in de essaybundel Hoe bedoel je, geen internet?! )

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 84 other followers